skip to Main Content

Kom naar de landelijke informatiedag op zaterdag 17 september 2022   Meer informatie

Er is discussie in Nederland over de effectiviteit van de inzet van psychosociale hulphonden in Nederland als het gaat om complexe problemen. Veel gemeenten en zorgverzekeraars wijzen aanvragen voor een (gedeeltelijke) vergoeding daarom bijna standaard af met het argument dat de effectiviteit van een psychosociale hulphond niet bewezen zou zijn in vergelijking tot andere, door het Nederlands Jeugdinstituut en zorgverzekeraars ‘erkende’ interventies voor jongeren en jongvolwassenen. In de effectiviteitsladder van het NJI komen hulphonden niet eens voor, maar ze onderzoeken daar ook bijna nooit combinatietherapieën of aanvullende therapieën. Los van de discussie over de effectiviteit van therapie in het algemeen wordt deze stelling door afwijzers nooit met literatuur onderbouwd. In een eerste onderzoek werd daarom gezocht naar overzichtsstudies van de laatste twee jaar en 22 gepubliceerde onderzoeken in peer-reviewed tijdschriften naar de effectiviteit van psychosociale hulphonden bij PTSS om te onderzoeken of het afwijzingsargument standhoudt.

(bron:sociaalweb.nl)

Op basis van alle onderzoeken die er liggen én de informatie die Peer van der Helm heeft onderzocht, is hij tot de conclusie dat hulphonden niet zozeer bijdrage aan ‘genezing’ maar wel aantoonbaar bij kunnen dragen aan herstel en participatie.

Indicaties voor een bijdrage van een gemeente ingevolge de Jeugdwet of de WMO vanuit de wetenschappelijke literatuur kunnen zijn:

  1. Een posttraumatische stresstoornis. of een andere vorm van bestendige complexe multiproblematiek, meestal samen met negatieve emotionaliteit (angst, dwang, depressie, een laag zelfbeeld), zelfverwonding, suicidaliteit, eetstoornissen en autistische kenmerken.
  2. Ernstige lijdensdruk waarbij de kwaliteit van leven en mogelijkheden tot zelfstandige participatie (buiten de deur gaan, winkels bezoeken, een opleiding of dagbesteding volgen) verminderd zijn als gevolg van angst en dwang.
  3. Een langerdurende hulpverleningsgeschiedenis (minimaal een half jaar) met verschillende therapieen zonder evidente progressie en of gebrek aan vooruitzicht op herstel door middel van therapie.
  4. Instellingsongeschiktheid, blijkende uit failed treatment
  5. Motivatie om met een hulphond aan de gang te gaan.

Lees hier het hele artikel van Peer van der Helm: Richtlijn psychosociale hulphond voor gemeenten | Opinie (hsleiden.nl)

In verschillende gemeenten spelen momenteel procedures over aanvragen voor de opleiding van assistentiehonden in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) van mensen met psychische problematiek of bijvoorbeeld problematiek als gevolg van een autismespectrumstoornis (ASS). Aanvragers hopen dat deze honden er bijvoorbeeld aan kunnen bijdragen dat ze weer zelfstandiger aan activiteiten buitenshuis kunnen deelnemen. Lees via deze link het artikel: Sociaalweb – Wmo 2015: recente uitspraak Centrale Raad van Beroep over de assistentiehond als maatwerkvoorziening

Back To Top